Blauwvaren

Blauwvaren

Deze sterke varen staat liefst in lichte schaduw

Van het varengeslacht Phlebodium bestaan zeker tien soorten, waarvan Phlebodium aureum de bekendste is. De kweekvorm ‘Blue Star’ waar het hier over gaat, hoort daar ook bij. De oorspronkelijke soort vormt langgesteelde, diep ingesneden bladeren met een blauwachtig waas. ‘Blue Star’ doet dat ook, maar daarbij zijn de prachtige, enigszins golvende bladeren wat meer grijsblauw. De Nederlandse naam is ‘zinkvaren’, maar de plant wordt ook wel  ‘blauwvaren’ genoemd (naar de Engelse naam ‘Blue Fern’). Als de planten volwassen zijn kunnen ze ca. 1 m hoog worden, maar het kan lang duren voor ze die maat bereikt hebben. ‘Blue Star’ blijft bovendien wat kleiner dan de wilde soort. GroenRijk heeft nu mooi uitgegroeide exemplaren in royale potten van 17 cm doorsnee voor je klaar staan.

Zinkvaren ‘Blue Star’ is in feite een epifyt. Dat de betekent dat de soort in het wild op de takken in de kronen van bomen leeft. Ze wortelen dus niet in de volle grond. Ze zijn te vinden van de vochtige tropische wouden van Midden-Amerika tot in de enorme moerasbossen (‘the Everglades’) in Florida, USA. Ook op Shri-Lanka zijn ze inmiddels ingeburgerd. Vanwege hun bijzondere leefwijze hebben ze speciale wortels die vooral bedoeld zijn om zich aan de takken te hechten, maar toch ook  om voedsel door op te nemen. Die wortels (rizomen) mag je nooit met grond bedekken. Ze kruipen, ook  in de pot waar de plant in groeit, altijd bovengronds en zijn bezet met goudbruine schubben. Die kleuraanduiding zit ook in de soortnaam (‘aureum’ betekent ‘goudkleurig’). Maar ook de ronde sporenhoopjes die aan de bladeren verschijnen zijn goudgeel. Varens bloeien niet en vormen dus ook geen zaden, wel sporen. Sporenplanten bestonden al lang voordat er bloeiende planten waren. Uit de sporen ontstaan op een ingewikkelde manier nieuwe exemplaren. Het naamdeel ‘phlebo’ in de soortnaam betekent ‘behaard’. Het is onduidelijk waar dat op slaat. Zinkvarens behoren tot de familie van de eikvarenachtigen (Polypodiaceae).

Liefst wat schaduw

‘Blue Star’ past zich gemakkelijk aan allerlei omstandigheden aan, maar houdt niet van fel zonlicht. Zet deze plant dus nooit in de volle zon, maar wel licht tot in lichte schaduw. Afwisselend licht en wat meer schaduw is ook prima. Denk maar aan de manier waarop de zon gedurende de loop van de dag steeds weer anders door het bladerdek in de kroon van een boom schijnt. Dan wordt en blijft de bladkleur het mooiste.

Ook mag de temperatuur op de plek waar je hem zet niet te laag zijn. Het hele jaar door normale kamertemperaturen is prima, maar zorg dat ook ’s winters de nachttemperatuur niet beneden 16 °C komt.

Water geven

Geef tijdens de groeiperiode (’s zomers) royaal water, maar zorg dat je een teveel aan doorsijpelend water kunt afgieten. ‘Blue Star’ verdraagt geen stagnerend water. Een pot met onderschotel is daarom het handigst om hem in te laten groeien. Geef nooit water in het hart van de plant, dat kan dan kaal worden en dat zou jammer zijn. Giet dus aan de zijkant van de pot op de potgrond met zacht (onthard of regen-)water op kamertemperatuur. Is het water te koud of krijgt de plant te veel water, dan kan dat bladverbruining tot gevolg hebben. Overigens zal dat niet zo gauw gebeuren, want zinkvaren ‘Blue Star’ is een sterke plant, maar we moeten de kans erop hier natuurlijk wel noemen. ’s Winters minder water geven. Tussen maart en september kun je (in een lage dosering) eens in de veertien dagen wat plantenvoeding (voor groene planten) in het gietwater doen. Het is ook goed om het blad zo nu en dan te besproeien met zacht water uit een nevelspuit. De plant houdt van een hoge luchtvochtigheid, maar verdraagt ook wat drogere lucht. GroenRijk heeft alles wat je nodig zou kunnen hebben om zacht water te maken of water te vernevelen, voor je in voorraad.

Verpotten

Als je je ‘Blue Star’ wilt verpotten, kun je dat het beste in het voorjaar doen. Zet hem dan in een wat grotere pot, gebruik normale potgrond of orchideeëngrond en zorg dat je de beschubde wortels niet met grond bedekt.

Ze zuiveren de lucht (Air So Pure)

Alle zinkvarens zijn Air So Pure-planten. Ze halen schadelijke deeltjes of gassen uit de lucht die ze via hun bladeren inademen en vervolgens opslaan of ze breken die stofjes en gassen af tot onschadelijke, herbruikbare stoffen. Dat laatste gebeurt bijv. met koolstofdioxide (CO2). Dat is trouwens echte groeistof voor planten en ze geven er (via het blad uitgeademde) zuurstof voor terug. Deze planten zijn dus ideaal om de lucht in je living of op je werkplek te helpen zuiveren. Mooi, sfeervol en nuttig tegelijk!

TIP: Andere soorten Phlebodium worden nauwelijks gekweekt. Maar er zijn wel ook andere cultivars dan ‘Blue Star’. ‘Mandaianum’ blijft vrij klein (75 cm) en heeft gegolfde bladranden, ‘Cristatum’ heeft gekrulde bladtoppen. Leuk om mee te combineren!

In kort bestek

De decoratieve zinkvaren ‘Blue Star’ (Phlebodium aureum ‘Blue Star’) heeft schitterend, stijlvol, zacht golvend, grijsblauw, blijvend blad, groeit graag in lichte schaduw en zuivert de lucht. Ideaal en zeer sfeervol in je living en op je werkplek. Stelt weinig eisen. Eenvoudig te verzorgen. De soort stamt uit de boomkronen van de Midden-Amerikaanse regenwouden en de moerasbossen  in Florida.